Wanneer we Toufan Hosseiny in haar huis in Brussel bezoeken, is het nog vroeg. Ze woont hier met haar partner Virgile en hun tweejarige dochter Amytis. Terwijl ze vertelt, tekent zich een ritme af: vroege ochtenden, koken, verstellen, langzaam handwerk. In de keuken pruttelt katoen in een pot met avocadoschillen terwijl we praten.
Hun huis in Elsene, vlak bij het Fernand Cocqplein, is tegelijk gezinswoning en atelier. Boven is die mix meteen zichtbaar. Zelf geverfde stoffen in zachte tinten liggen op een strijkplank. Pastelkleurige quilts met maskerachtige gezichten hangen aan de muren. In haar herstelwerk worden beschadigingen niet verborgen maar zichtbaar gehouden en meegenomen in een nieuwe versie van het kledingstuk.
Met koffie en thee praten we over kunst en identiteit en later over kleine huiselijke rituelen: kleding, koken en de fascinatie van een kind voor bevroren bananen.