#rueblancheportraits

TOUFAN HOSSEINY

Wanneer we Toufan Hosseiny in haar huis in Brussel bezoeken, is het nog vroeg. Ze woont hier met haar partner Virgile en hun tweejarige dochter Amytis. Terwijl ze vertelt, tekent zich een ritme af: vroege ochtenden, koken, verstellen, langzaam handwerk. In de keuken pruttelt katoen in een pot met avocadoschillen terwijl we praten.

 

Hun huis in Elsene, vlak bij het Fernand Cocqplein, is tegelijk gezinswoning en atelier. Boven is die mix meteen zichtbaar. Zelf geverfde stoffen in zachte tinten liggen op een strijkplank. Pastelkleurige quilts met maskerachtige gezichten hangen aan de muren. In haar herstelwerk worden beschadigingen niet verborgen maar zichtbaar gehouden en meegenomen in een nieuwe versie van het kledingstuk.

 

Met koffie en thee praten we over kunst en identiteit en later over kleine huiselijke rituelen: kleding, koken en de fascinatie van een kind voor bevroren bananen.

Wanneer we Toufan Hosseiny in haar huis in Brussel bezoeken, is het nog vroeg. Ze woont hier met haar partner Virgile en hun tweejarige dochter Amytis. Terwijl ze vertelt, tekent zich een ritme af: vroege ochtenden, koken, verstellen, langzaam handwerk. In de keuken pruttelt katoen in een pot met avocadoschillen terwijl we praten.

 

Hun huis in Elsene, vlak bij het Fernand Cocqplein, is tegelijk gezinswoning en atelier. Boven is die mix meteen zichtbaar. Zelf geverfde stoffen in zachte tinten liggen op een strijkplank. Pastelkleurige quilts met maskerachtige gezichten hangen aan de muren. In haar herstelwerk worden beschadigingen niet verborgen maar zichtbaar gehouden en meegenomen in een nieuwe versie van het kledingstuk.

 

Met koffie en thee praten we over kunst en identiteit en later over kleine huiselijke rituelen: kleding, koken en de fascinatie van een kind voor bevroren bananen.

Fotografie door Cécile Hanquet

Interview door Merel Daemen

 

 

What does home mean to you? 

Virgile and I both work from home, we needed a place where we could balance both family and work life without either one taking over. We moved here in June 2024, almost nine months after Amytis was born. The setting is perfect for us, as each room is on its own floor and has its own sense of intimacy once the door is closed. It feels like a house without being one, with a garden to escape the urbanity of our neighbourhood. We have a room dedicated to work. Virgile works as a graphic designer, so he will spend most of his time in there. For me, home and work intertwine. I can’t stay still. My days are shaped around daily tasks, generating new work, sewing, dyeing fabric, mending, meal-prepping, each feeding into the next.

When our daughter was born, we lived in an open-plan apartment and everything folded into everything else. It was well suited for a couple but as a family it didn’t work. It is remarkable how the shape of a space can shift your days and make life feel entirely different. 

So for you, having a home studio works well? 

It does. I’ve always liked working from home. Home is where I can fully be myself and create without overthinking too much. If I get stuck on a task, I can always jump to another and maybe find the inspiration I was missing or the solution I was looking for. 

 

Is jouw werk als kunstenaar een verlengstuk van je innerlijk leven?

Mijn thema’s zijn tegelijk persoonlijk en universeel. Nu werk ik aan een reeks quilts over moederschap, gemaakt met stoffen die ik thuis verf met etensresten. De serie tast de vele emoties af die daarbij komen kijken, van tederheid en warmte tot verlies van zelf en verstikking.

Mijn werk helpt me te verwerken en te helen. Door met mijn handen steeds dezelfde beweging te herhalen, bijna als een meditatie of mantra, kan ik herstellen wat ooit beschadigd raakte.

Heb jij een dagelijkse routine?

Amytis is een vroege vogel, dus we hebben nog een paar uur samen voordat ze naar de opvang gaat. Rond negen uur begin ik te werken. Afhankelijk van mijn stemming en deadlines werk ik dan aan mijn kunst of herstel ik kleding die mensen bij mij brengen. Ik beweeg tussen atelier en keuken, waar ik ook stoffen kleur en het avondeten voorbereid. Ik vind het prettig als dat al klaarstaat wanneer ik Amytis weer ophaal, zodat we nog echt tijd samen hebben voor het slapengaan. Virgile en ik vallen daarin bijna vanzelf samen. We weten wat er moet gebeuren zonder veel woorden. Het maakt ons een goed team.

Hier kan ik volledig mezelf zijn en creëren zonder te veel ruis.

Hoe weerspiegelt je kleding de manier waarop je leeft en werkt?

Comfort is essentieel voor mij, omdat ik veel beweeg en niet beperkt wil worden. Ik houd van degelijke werkkleding die lang meegaat, want ik ben geen grote shopper (lacht). Mijn garderobe blijft bewust minimaal, impulsief kopen doe ik niet. De meeste van mijn kledingstukken zijn jaren oud. Ik zorg er goed voor en draag ze tot ze letterlijk uit elkaar vallen. Dat voelt eerlijk en past bij wie ik ben.

Wat heb je als laatste aan je garderobe toegevoegd?

Een trui van Aiko, gemaakt door mijn vriendin Gioia. Ze upcyclet vintage breisels en jeans en maakt er nieuwe kledingstukken van. Het was een cadeau van Virgile. Natuurlijk heb ik hem tijdens het koken op mijn tailleband verbrand. Ik moest er mijn persoonlijke touch aan geven, denk ik (lacht).

Wie heeft volgens jou een goede stijl?

Georgia O'Keeffe.

Georgia heeft inderdaad een mooie stijl! Hoe ben je zelf kunstenaar geworden?

Ik studeerde drie jaar mode en vier jaar grafisch ontwerp aan La Cambre. Stoffen kwamen overal in mijn werk terug, en voor mijn afstudeertentoonstelling maakte ik een reeks maskers. Na mijn afstuderen verhuisden Virgile en ik naar Londen, waar mijn moeder woont. Ik werkte er als grafisch ontwerper voor verschillende bedrijven, maar kantoorwerk bleek niets voor mij. Toen ik de kans kreeg om in Brussel te exposeren, werkte ik in het weekend en ’s avonds in een café om dat te kunnen financieren.

Die werken werden mijn eerste solotentoonstelling, "Never Alone", bij Rodolphe Janssen in 2017. Tijdens COVID keerden we terug naar Brussel, waar ik begon aan een nieuwe solotentoonstelling bij Baronian Gallery. Dat proces nam uiteindelijk meer dan een jaar in beslag. De tentoonstelling, "Uncontrolled Bodies" (2022), onderzocht meditatie en de relatie tussen lichaam en geest. Ik maakte tekeningen in een meditatieve staat en borduurde ze later op stof.

En na je terugkeer in Brussel werd je moeder?

Na onze verhuizing naar Brussel, en na mijn tentoonstelling "Uncontrolled Bodies" in 2022, reisden we voor twee maanden naar Mexico. Die reis inspireerde me enorm. Via enkele workshops leerde ik er nieuwe technieken. Toen we terugkwamen, bleek ik zwanger (lacht). Typisch, toch?

Wat ik niet had verwacht, was hoe snel mensen niet meer naar mijn werk vroegen. Plotseling ging alle aandacht naar het moederschap. Het was een diepe en mooie transformatie, maar tegelijkertijd voelde het alsof mijn creatieve identiteit me werd afgenomen.

Mama worden is prachtig, maar het is tegelijk een emotionele orkaan, met een chaos en intensiteit waar ik niet op was voorbereid. Kleding herstellen was iets kleins en eenvoudigs dat ik tijdens haar dutjes kon doen.

Was dit het moment waarop je begon met het herstellen van kleding?

Ja. Ik hield Amytis het eerste jaar thuis. Ik dacht dat ik kon blijven creëren, maar het was bijna onmogelijk. Ze sliep maar twintig minuten per keer, en het was moeilijk voor me om vooruitgang te boeken. Ik begon kleding te verstellen om verbonden te blijven met mijn praktijk en met wie ik ben.

Mama worden is prachtig, maar het is tegelijk een emotionele orkaan, met een chaos en intensiteit waar ik niet op was voorbereid. Kleding herstellen was iets kleins en eenvoudigs dat ik tijdens haar dutjes kon doen. Het hielp me om in contact te blijven met mezelf en de buitenwereld door me nuttig te voelen, naast de zorg voor mijn baby. De bubbel van het nieuwe moederschap voelde soms benauwend aan in dat eerste jaar, en kleding herstellen bood me een uitweg.

Hoe is het begonnen?

Het begon met onze eigen kleding. Toen begonnen vrienden te vragen of ik die van hen ook kon repareren. Ze vonden de zichtbaarheid van de steken mooi. Ze vertellen een verhaal en maken het kledingstuk uniek. Het werd ook iets sociaals, waardoor ik nieuwe mensen ontmoette. Naarmate de interesse groeide, dacht ik dat het eigenlijk wel leuk zou zijn om de techniek door te geven door workshops te geven. Dus nu doe ik zowel herstelwerk als lesgeven, wat ik erg leuk vind.

Zie je een verband tussen het repareren en je kunstpraktijk?

Zeker. Beide hebben te maken met dat aspect van genezing en herstel. Mijn kunstpraktijk speelt met conventies en vervaagt de grenzen tussen huiselijkheid, vakmanschap en kunst. Textielwerk, zoals verstellen of borduren, wordt vaak beschouwd als een huishoudelijke taak, meestal gedaan door vrouwen en artistiek niet erg gewaardeerd. Maar het draagt ​​iets veel groters in zich dat vaak over het hoofd wordt gezien.

Je werk gaat vaak over identiteit. Waar komt dat vandaan?

Onze identiteit is voortdurend in ontwikkeling. We zijn niet meer dezelfde persoon als een paar jaar geleden, een paar maanden geleden. Onze identiteit verandert met de omgeving waarin we ons bevinden en de mensen om ons heen. Mijn werk helpt me die evolutie te markeren en illustreert elke fase, elke verandering die ik doormaak.

Wat is het beste boek dat je het afgelopen jaar hebt gelezen?

“Mothers, Fathers, and Others: Essays” door Siri Hustvedt.

Welke dingen houden jou stevig met beide voeten op de grond?

Misschien is het herhaling, en het vermogen om langzaam te gaan. Mijn werk en mijn leven zijn gebouwd op terugkerende handelingen: koken, naaien, zorgen, verstellen. Die trage bewegingen helpen me verwerken. Ik ben van nature rustig, maar mijn gedachten zijn dat niet altijd. Het ritme houdt me geaard en uit mijn hoofd, dat anders graag met me op de loop gaat (lacht).

En koken, als ik tijd heb. Het langzame ritme van snijden, roeren en proeven houdt me kalm. Het kan meditatief en zo bevredigend zijn, vooral als ik voor anderen kook. Eten delen is het allerfijnste.

Wat heb je altijd in je koelkast?

Potten vol noten. Ik kan niet zonder noten!

Welke kunstenaar bewonder je?

Louise Bourgeois.

Naar welke plek zou je graag terug willen keren?

Oaxaca in Mexico. Ik zou er graag met mijn dochter naartoe gaan. De textiel, de natuurlijke kleurstoffen, de weeftradities... ze dragen eeuwenlange kennis met zich mee. Er is een diepgang en geschiedenis die me altijd bij zal blijven. Toen we er waren, volgde ik workshops weven en natuurlijk verven en dat werd later onderdeel van mijn werk. Ik heb altijd veel tijd in de keuken doorgebracht met koken, en nu bereid ik daar ook kleuren. Het is huiselijk en creatief tegelijk. En ik vind het geweldig dat de pigmenten afkomstig zijn van wat we eten. Dat ze deel uitmaken van ons dagelijks leven.

Wie bewonder je het meest?

Mijn ouders. Ze ontvluchtten Iran toen ze begin twintig waren, kwamen toevallig met bijna niets in Brussel terecht en bouwden op de een of andere manier een succesvol leven op. Ik kwam een ​​jaar later aan. Ze zorgden voor me terwijl ik een nieuwe taal en een nieuwe cultuur leerde, studeerde en werkte. Mijn moeder werd psycholoog en mijn vader creatief directeur. Hun verhaal doet me nog steeds versteld staan!

Mijn grootmoeder noemde het nooit kunst, maar ik denk dat ik haar gevoeligheid heb meegekregen.

Behoud jij nog steeds de verbinding met je roots?

Natuurlijk. Ik blijf verbonden via taal, mensen, tradities, smaken en kleine voorwerpen zoals sieraden die ik van mijn familie heb gekregen. Ik heb mijn dochter een Perzische naam gegeven, Amytis, wat 'goede gedachte' betekent.

Zie je sporen van dat erfgoed terug in je werk?

Waarschijnlijk vooral onbewust. Misschien in de keuze van stoffen en in de precisie van handwerk. De Perzische cultuur draagt een elegante, eigen verfijning waar ik me mee verbonden voel en die me sterk inspireert. Mijn grootmoeder was buitengewoon vaardig met haar handen. Ze noemde het nooit kunst, maar ik denk dat ik haar gevoeligheid heb meegekregen.